woensdag 15 mei 2013

De witte motor

Kelly beet op haar tanden, ze zou geen melk meer drinken, niet in de koffie, geen chocomelk, geen yoghurt, geen slagroom, geen ijsjes -ze snikte even - geen rijstpap of pudding, geen dubbele vla, en ook geen enkele, geen kaas.
Ze beet op haar nagels en dacht aan al die kalfjes die net geboren bij hun moeder werden weggehaald, een restproduct, bijna afval, gedumpt in een kist, zonder mama, helemaal alleen,

Kelly snikte, en ze herinnerde zich de wazige foto die haar mama vroeger altijd bij had, van haar, een babyversie van Kelly, zielig hoopje prematuur, met een pampertje dat maten te groot leek, en met zo'n eng buisje in haar neus. Een garnaaltje, in een plastic bakje overgeleverd aan de goodwill van enkele norse zuster-verpleegster.

Geen denken aan dat haar mama haar mocht aanraken, of pakken, of de borst geven, neeneee, dat was allemaal slecht, melkpoeier kreeg ze, en liefde moest ze later maar inhalen.
En had er iemand compassie met haar? Of met haar mama? Kelly lachte schamper, ze slikte haar tranen in en opende een grote pot B&J-ijs, bananasplit helemaal voor haar alleen.

Er zijn grenzen aan veganisme

zaterdag 11 mei 2013

Innerlijke transitie

'Maar we gaan een compost-toilet installeren, en dat is echt wel voor de meer geoefende transitionele mens.'
Kelly twijfelde wel even over de term 'transitionele mens' maar het klonk wel chique en ze wou indruk maken op de man die voor haar zat.
Edward zuchtte, en wreef in zijn lange, grijze haar. 'Je verzuipt in uiterlijkheden, Kelly kind,' zei hij. 'Je moet terug naar de bron, terug naar je eigen innerlijke zelf. Voor jou is een composttoilet een BMW, de patserwagen van de alternatieve elite, jouw manier om te zeggen dat je meer bent, beter, gerichter en consequenter, terwijl je pas één mens bent als je het hoogste bewustzijn en de amoebe in harmonie samengaan.
Je moet op zoek gaan naar de Innerlijke Transitie, Jouw Innerlijk Transitie. En die persoonlijke weg die je zal moeten bewandelen zal niet eenvoudig zijn. Kies niet de landweg met de bessen, maar durf af te wijken van het pad dat je voor jezelf hebt uitgestippeld, durf risico te nemen, Kelly, zing voor de tomatenplanten, declameer poëzie op de grote markt, bundel al de indrukken tot een mooi en harmonieus geheel, tot een eenheid die je een gevoel van rust geeft.'
'Zullen we nu samen op zoek gaan? Kelly, Wil je samen met mij een risico nemen, in vertrouwen?'

Hij keek Kelly aan, en streek met de achterkant van zijn hand over haar wang.
Kelly sprong op, het was al laat, en meneer Janssens wachtte met het eten, ze was al veel langer weggebleven dan ze gezegd had.

Thuis had meneer Janssens een verrassing, fritjes van de frituur, want de boog moet niet altijd gespannen zijn, toch?

Terwijl ze haar berepoot opat, met veel mamoetsaus dacht ze dat dat Eduard dat waarschijnlijk niet bedoelde met afwijken van het uitgestippelde pad, maar de amoebe in haar vond het allemaal best.

zaterdag 27 april 2013

Lente



Jos keek naar zijn aardappelveld. Daar lagen ze, knolsgewijs in de aarde, te wachten tot ze zouden gaan groeien, schoon aangeaard, geen coloradokever te bespeuren.

Jos zuchtte, en leunde tevreden op zijn riek. Grote dichters hadden den aardappel bezongen, Ter Balkt, Cami en hier, op zijn veld, in zijnen hof groeiden ze.
Jos werd weemoedig en pinkte een traan weg, de natuur was toch schoon. Hoe zouden ze het hebben, daar onder de grond, terug van waar ze gekomen waren, rebirthing als het waren. Jos grinnikte, eigenlijk was hij best grappig, somtijds. En poëtisch.
Zijn gedachten dwaalden weer naar de petatten, de petatten, de petatten in zijne grond.

En toen gebeurde het. Ineens besefte hij iets vreselijk, ze lagen te stikken!

Hij had ze levend begraven, bedolven onder zand. Hij hoorde ze roepen, snakken naar lucht, hij hoorde ze huilen, en zachtjes naar adem happen, maar er was geen adem, ze zouden omkomen. En hij, hij was het monster dat dit op zijn geweten had. Een kind duw je toch ook niet terug in de moederschoot? Wat had hij gedaan?

Het angstzweet brak hem uit, hij keek achterom, kwam de politie al, snel hij moest iets doen.
En als een gek begon hij te graven, met zijn blote handen haalde hij de aardappels terug boven, hij suste, en huilde, en smeekte om vergeving.
De aardappels zwegen echter in alle talen.

Verslagen zat boer Jos tussen zijn uitgegraven petatten, petatten, de uitgegraven petatten op zijne grond.

zaterdag 20 april 2013

Examen



‘Ga zitten juffrouw. U hebt uw vraagjes voorbereid?’
Het meisje knikte angstig.
Professor De Bondt was gekend en berucht.
‘Goed, vertelt u mij dan maar eens iets over het 20e-eeuwse Europese theater.’
‘Euhm, dit theater kenmerkt zich door een aantal vernieuwingsgolven, denken we aan de psychologische authenticiteit bij Stanislavsky, en de bewustwording van de maatschappelijke realiteit bij Artaud.’
‘Bij Artaud?’ onderbrak haar docent, terwijl hij zijn jasje uittrok.
‘Bij Brecht, bij Brecht bedoel ik’, zei het meisje snel.
‘En Brecht zijn voornaam was?
‘Bertolt?’
‘Ja, Bertolt, en hoe schrijven we dat?’
‘B-H’
Hij deed zijn overhemd los en uit.
‘Ik bedoel B-E-R-T-E ‘
Zijn broek ging vlot naar beneden, schoenen had hij blijkbaar niet aan.
‘O, na de T volgt een O’
‘Ja, en verder?’
‘ L en D’
‘Het meisje keek naar haar examinator, die ondertussen in zijn onderbroek stond. Haar blik leek op die van een konijn die naar de jager kijkt.
‘Jammer, een T, Bertolt eindigt op een T’ grijnsde hij gemeen en schoof tergend traag zijn grijze boxershort naar beneden. ‘Details zijn belangrijk, meisje’
‘U kan gaan’
De naakte prof zwaaide vrolijk, en riep haar nog na :’laat u de volgende binnen?’

vrijdag 12 april 2013

Eten met P

De man zuchtte en staarde naar het plafond.
'Het is uit de media nu'  moedigde zijn psychologe hem aan. De mensen hebben nu andere dingen om zich druk over te maken, jonge mannen die naar Syrië gaan, de crisis, het weer, ze zijn die oplichting met paardenvlees immers al lang vergeten.' 'Uit de krant is uit het gedacht' voegde ze er begripvol aan toe.
De man zuchtte weer. Het was zo eenvoudig geweest om paardenvlees toe te voegen aan al die bestaande vleesbereidingen. Hier nu uitleggen waarom hij dat had gedaan was duizend keer moeilijker, maar het moest, hij kon niet terug naar zijn oude leven. Niet meer terug.
Pascale Paepen keek haar cliënt aan. Zo raar, hier zat nu de man die verantwoordelijk was voor een gigantische voedselfraude, niemand wist dat hij de dader was, niemand wist zelfs dat hij bestond, een anonieme man, uit een anonieme stad die als arbeider in de vleesverwerkende industrie zit, en die alles belazerde. Al die arme paarden.
'Karel?' ze keek hem doordringend aan 'Waarom? Je zei eerder dat je een rede had, wil je die delen? Samen raken we er misschien uit? Toch?'

'P'

Mevrouw Paepen keek vragend.

'Eten met P, ik eet alleen eten met P,  Pasta met Pastinaak en paddenstoelen, met wat pijnboompitjes en Parmezaanse kaas, of  pompoensoep, pilav, pepertjes, paprikasalade, pappardelle met peterselie, peulen, pitten, prei,pladijs, paling en pudding.
En pizza.'
Maar ik wil gewoon alles kunnen eten, niet enkel pantervlees of poes, want het eerste vind je nergens en het tweede is zo, zo erg, al die dode katten, al die verdrietige mensen, en zo lekker is het niet.'

Mevrouw Paepen haar mond viel open,   zei deze vent dat hij katten -pardon poezen- at omdat hij enkel eten met een P at?

'Paardje is erg lekker, tussen de boterham, maar ik wou ook gewoon lasagne uit de supermarkt, of ballekes van den Ikea, en daarom heb ik paardenvlees opgekocht en 's nachts toegevoegd aan het andere vlees.'
Hij keek beschaamd naar zijn psychologe 'soms ook pony - sorry'

Hij veerde recht: 'paard is voedzaam, en lekker en er zijn genoeg paarden, en én ze hebben een P.'
'Nee, Karel dat kan echt niet' stamelde de psychologe, zoiets had ze nog nooit meegemaakt, was het een waan? of het begin van een psychose? Haar hersenen werkten koortsachtig zodat ze eerst niet merkte dat Karel dichter bij kwam. Ineens voelde ze zijn hand op haar wang.

'Mevrouw Paepen, Pascale, psychologe, u bent erg, erg P, ik voel me erg hongerig worden.'

Ineens leek katten eten niet meer zo erg voor Pascale, en schel riep ze Pïpa, de therapiekat

maandag 1 april 2013

Paashaas



‘Ik wil een konijntje, ik wil zozozozo graag een konijntje. Maar, we hebben geen tuin, he mama, dus we kunnen nooit een konijntje hebben.’

In de grote blauwe ogen van haar dochter blonken tranen. Ze wou zo graag iets beloven, een tuin, een konijn, een paard als het moest, maar ze moest realistisch blijven.

‘Maar meisje toch’, troostte ze, zoals alleen een moeder kon troosten, ‘we hebben toch Blub.’
Ze keek naar de ronde kom met de neurotische goudvis, en realiseerde zich dat dat toch niet hetzelfde was.
‘Dat is niet hetzelfde, mama’ - Hup daar had je het - ‘Ik kan Blub niet aaien, of pakken en en en ik wil zo graag en kohohohonijijijn.’
Ze streek haar dochter over haar haartjes, en zuchtte.
‘Ik zal mijn best doen.’
Het kind sprong van haar schoot, en lachte door haar tranen heen.
‘Je bent de liefste mama van de hele wereld.’

Nog diezelfde avond had de moeder een verrassing.
‘Kom eens kijken, schat.’
Het kind haar glimlach verstijfde op haar gezicht.
‘Smakelijk, meisje. Konijn, speciaal voor jou. Wil je het graag een naam geven, of eet je het anoniem op?’

woensdag 27 februari 2013

Nooit te vroeg



Na het sporten wandelde Joris bezweet de keuken binnen. Hij trok de koelkast open, nam de fles melk en schonk een glas in dat hij gulzig uitdronk.

Zijn ouders, nonkel Karst en zijn jongere zus Annelies keken toe terwijl ze aan de keukentafel zaten.
Zijn vader balde zijn vuisten en toen hij een tweede glas inschonk begon zijn moeder te huilen.
Niet begrijpend keek Joris naar de keukentafel, ‘Mama, wat is er?’ Er flitste vanalles door zijn hoofd, ze keken allemaal zo bezorgd, zou mémé overleden zijn? of de kat overreden? Was er iets anders gebeurd, had hij zijn ex-vriendin zwanger gemaakt en had die dat tegen ons Annelies gezegd en die natuurlijk tegen de papa?
Vragend hief Joris zijn handen in de lucht.
‘Watte’ vroeg hij in schabouwelijk Verkavelingsvlaams terwijl hij zijn melksnor wegveegde.
Zijn vader liep rood aan, ‘watte?!?’ riep hij, ‘Rustig, nu Karel’ piepte zijn moeder’ ‘Papa, wacht efkes’ riep Annelies.
Wat was hier gaande?

Joris wou naar zijn kamer gaan, maar nonkel Karst hield hem tegen. ‘Jongen, we moeten even praten, ik ben hier omdat ik dicht genoeg bij jou sta om het op te merken, maar toch niet tot dat kerngezin hoor, jongen, wij moeten praten, als volwassen mannen bij elkaar.’
Snel dronk Joris het laatste restje melk op. Zijn vader stond op van tafel en liep vloekend naar de gang, zijn moeder begon hysterisch te huilen, en Annelies suste, terwijl ze haar arm rond hun mama haar schouder legde.
‘Wat is hier aan de hand’ riep Joris, ‘Niet agressief worden, jongen. Kom ga zitten, we weten dat je een probleem hebt, we volgen het al een paar weken, en vandaag zijn onze vermoedens nog maar eens bevestigd. De manier waarop jij drinkt, als een bezetenen dat glas leegkapt, zelfs niet genietend van de drank, gewoon zo snel mogelijk alles naar binnen kappen, en bijvullen en terug ad fundum. De snelle roes, de gemakkelijke vlucht.’
‘Het is melk’ stamelde Joris.
‘Ja, misschien, maar de manieren zijn er, de tekenen wijzen in dezelfde richting, je bent nog jong, nu moet je je herpakken, voor het misgaat, want straks gaan de cijfers op school achteruit, foute vrienden, goedkope pils en wodka uit de nachtwinkel, de goot jongen, in de goot staat een naam, Jouw naam.’
‘Ik zit in mijn tweede jaar rechten, ik sport, ik heb geen probleem’ riep Joris.
‘Stil jongen, rustig maar, we menen het goed. ‘ ‘Ontkenning, mama, hij ontkent nog.’ hoorde Joris zijn zus fluisteren.
‘Er is niets te ontkennen, het is melk!!!!’
‘Nee, man, je bent op de foute weg, we hebben het hier allemaal gezien, de snelle gulzige zoektocht naar goedkoop vertier, en dan vieze ziektes opdoen, en u prostitueren om geld te vinden, en uw moeder heeft al zo’n verdriet.’
‘Het is MELK, MELK, alstublieft’
‘Rustig Joris, dit is voor ons ook niet makkelijk.
Nonkel Karst knikte naar de deur waar twee mannen in witte jassen verschenen, en langzaam Joris meenamen.
‘Het Is MELK, GODVERDOMME, MELK!!’ riep Joris terwijl hij in de anonieme wagen werd geduwd.
Huil maar troostte Nonkel Karst zijn zus, het is voor niemand makkelijk, maar beter voorkomen dan genezen.’