donderdag 26 maart 2015

Kabouters



Bij nacht en ontij sloop hij het huis uit, en liep naar het bos.
‘Paddenstoelen zoeken, paddenstoelen zoeken’
Hij plukte tot zijn mandje vol was en sloop terug naar huis.

Voldaan kroop hij naast zijn vrouw die vredig lag te slapen.

Of hij danste rond de oude eik, of poetste een lantaarntje op.

In zijn kleerkast lagen, veilig verstopt tussen zijn truien, een rode puntmuts en groene pantoffeltjes. Hij kende het werk van Rien Poortvliet vanbuiten.

Maar hoe moest het nu verder?

Hij snifte luid, de psychiater reikte hem de doos met zakdoekjes aan.
‘Ik ben credit risk controller in een gewaardeerde firma, maar eigenlijk diep vanbinnen voel ik mij een kabouter.’

De psychiater kuchte, schraapte zijn keel en zei toen zakelijk, en zonder zweem van spot:
‘Beter zo dan andersom.’


vrijdag 6 maart 2015

Plantaardige vetstoffen



Langzaam sloop Eugène naar de keuken, hij bond de bloemetjesschort voor en haalde de soja minarine uit de ijskast.

‘Soja, sohohoja’ zong hij zachtjes, ‘weinig vet, superzacht, soja...’
Ineens knipte het licht aan, en daar stond mevrouw Arlette in de deuropening.

‘Leg Het Terug’
‘NU’


Maar Eugène voelde zich dapper, hij wist dat hij juist zat, de soja boter hoorde in de vuilbak, en daar zou hij haar gooien. Vette roomboter wou hij, om spek in te bakken, en uwen bruine boterham in te soppen, met bruine suiker.
Geen minarine kon tippen aan die smaak, aan die gewaarwording.


‘Nee, Arlette, ik ga ze weggooien, cholesterol is een uitvinding van de grote margarine en minarine lobby, maar nu is het genoeg geweest, het is eindelijk uit.’
Eugène voelde dat hij niet alleen stond, en ineens baadde de kamer in een fel wit licht. Mevrouw Arlette deinsde achteruit, want achter Eugène dook een massa op, Den Boterberg, terug van weggeweest en met een enorm geraas verpletterde hij mevrouw Arlette.
Tevreden gooide Eugène de soja minarine in de vuilbak, en bakte een paar lapjes spek in een restje boter.
Zachtjes neuriede hij ‘Soja, sohohoja, weinig vet, supperzacht, soja,’





 

donderdag 26 februari 2015

Dagen zonder vlees

Kelly zou dit jaar volledig gaan voor de 40 dagen zonder vlees.  Ze zuchtte, want eenvoudig werd het niet. Konden ze die vasten niet in de zomer plannen, wanneer er veel groenten waren?
 Dat leek haar een stuk interessanter, met een glas rosé op een terras, een slaatje met grijze garnaal, verse tomaten, gegrilde asperges, peultjes en jonge worteltjes, een fris wit wijntje.

'Tssssss' deed één van de vriendinnen waarmee Kelly had afgesproken om vegetarisch vastenrecepten uit te wisselen. 'Toch geen wijn, ik doe geen alcohol deze 40 dagen, heerlijk je lijf eens ontgiften. afkicken van die dagelijkse drang naar een glas.'
'Garnalen?' riep een andere vriendin onthutst, 'Toch geen vis dat is even erg als vlees, misschien wel erger!'
Kelly vond niet dat een garnaal echt vis was, maar ze besefte wel dat de vriendinnen gelijk hadden. In gedachte schrapte ze alcohol en vis van haar menu. En garnalen.

'Ik doe geen suiker', zei een andere vriendin, Brigitte Raskin stelde dat min of meer voor in de Standaard. Wij zijn hier in het Westen zooooo afhankelijk van suiker, overal zit suiker is, volgens mij werkt dat jeugddelinquentie in de hand. Cola als opstap naar overvallen op geldautomaten met doden en gewonden tot gevolg. En moeders laten dat dezer dagen allemaal maar gebeuren.

Kelly knarsetandde,  zo'n vaart zou het wel niet lopen, maar je hoorde wel meer en meer dat suiker echt niet goed was. Stond er laatst geen artikel in een magazine dat ze bij de kapper had gelezen?

Haar maag gromde een beetje, maar Kelly visualiseerde een taartpunt met een groot rood kruis over.

De vriendinnen bleven doorgaan, en Kelly hoorde tot haar afschuw dat vriendin K ook alle koolhydraten schrapte, en zich nu veel minder opgeblazen voelde. Een weldaad, want eigenlijk zijn wij hier in het Westen toch echt vadsig.
Kelly voelde zich heel eenzaam en heel hongerig worden, Gelukkig kon ze deze 40 dagen tot Pasen groenten eten. Kool dan vooral, want veel groenten zaten er deze dagen niet in haar biopakket.

Droevig nam ze afscheid van de vriendinnen, die het over de ZuivelDuivel hadden, en liep naar huis.
Daar vond ze nog een paar blaadjes veldsla in de ijskast die ze stuk per stuk opprikte en in haar mond stak, bedenkend hoe ze deze vasten zou overleven.


'Sla heeft ook gevoelens en emoties, niet zo hard bijten'  grapte meneer Janssens die onverwacht de keuken binnenkwam.
Woedend haalde Kelly met haar vork uit, en trof meneer Janssens vol in de borststreek.

Haar sla gingen ze haar niet afnemen, er zijn grenzen aan vasten.

zaterdag 21 februari 2015

Wie het schoentje past



Rustig liep de man over de straat.
Hij had geen onderbroek aan, maar dat wist niemand, en niemand zag het.
Hij liep gewoon over straat, een man in een net pak, met een das en een aktetas in zijn linkerhand.
Maar zonder onderbroek.


Hij voelde zich zo subversief, zo moedig, zo zondigend tegen de regels van goed fatsoen.
Zachtjes neuriede hij iets van Bach.
Dat maakte het geheel af, vond hij, zo geciviliseerd en dan zonder onderbroek. De pretlichtjes in zijn ogen waren wel voor iedereen zichtbaar, en vriendelijk glimlachte de mensen terug.


Waarom lachen ze, dacht de man angstig, zouden ze het merken, de aria in zijn hoofd verstomde. Een heer keek hem glimlachend aan en het leek alsof hij iets spottends in de blik had.
Onwillekeurig voelde de man aan zijn rits, ze was toch toe? Er hing toch niets buiten?
Zweet parelde op zijn voorhoofd. Hij ging vlugger lopen, en drukte zich tegen de gevels, zijn handen beschermend voor zijn kruis.
De mensen keken hem bezorgd aan, sommige staarden en er was zelfs een dame die de straat overstak.
Schichtig keek hij om zich heen. Overal zag hij nu mensen. Ze keken naar hem, ze fluisterden tegen elkaar. Ze wisten het! Ze lachten hem uit, ze konden het zien, ze wisten het, hoe kon dat nu, waarom toch? Waarom?


‘Nee, ik heb geen onderbroek aan’ riep de man uit en begon te huilen.

Schokschouderend liep hij naar huis en sloot zich op voor de rest van zijn leven.